Verbazingwekkende lotsbestemmingen

Vanaf het begin der tijden tot op heden is de ziel van de mens alomtegenwoordig in dit land en wij worden er nooit moe van.
Ontdek enkele van de personen die, op één of andere manier, hun stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van de streek.

Alphonse de Poitiers (1220 - 1271)

In 1249, na de dood van Raymond VII, nam Alphonse de Poitiers, broer van Saint-Louis, bezit van het graafschap Toulouse - als echtgenoot van Jeanne, gravin van Toulouse - zoals was bepaald in het Verdrag van Meaux. Alphonse de Poitiers, een verstandig bestuurder van het graafschap Toulouse, zou tot aan zijn dood in 1271 de echte promotor van de stichting en uitbreiding van de bastides zijn. Zijn twee voornaamste doelstellingen waren de handhaving van de Capetiaanse autoriteit in het zuidwesten van Frankrijk, waarvan de beperkingen door de Katharencrisis duidelijk waren geworden, en de versterking van zijn greep op het graafschap, tegenover de Plantagenets die - als erfgenamen van Eleonora van Aquitanië - sinds een eeuw in Bordeaux waren geïnstalleerd.

Bronnen: http://bastidess.free.fr/ContexteHistoire.htm | Seal ©Wikimedia


Edouard de Woodstock (1330-1376) 

 

De oudste zoon van koning Edward III van Engeland, Edward van Woodstock, is beter bekend onder de bijnaam "De Zwarte Prins". Het werd hem, een eeuw na zijn dood, gegeven door een Engelse kroniekschrijver, waarschijnlijk vanwege de kleur van zijn harnas. 

In 1355 werd hij, 25 jaar oud, benoemd tot luitenant-generaal in Aquitanië, een Engelse provincie, en arriveerde in Bordeaux met 6.000 tot 11.000 soldaten om Gascogne, ten zuiden van de Garonne, te heroveren. Het was tussen juli 1363 en april 1364 dat hij naar Monflanquin kwam, maar deze aanwezigheid is slechts een hypothese. Vaak beschreven als onverbiddelijk en wreed, hield hij zich aan de verschrikkelijke "gebruiken" die in tijden van oorlog golden: plundering, vernietiging, verwoesting, verbrandingen! Het was vooral nadat William Shakespeare in 1599 de bijnaam "De Zwarte Prins" gebruikte, dat hij populair werd in de geschiedenisboeken.

Bronnen: https://www.herodote.net/Le_Prince_Noir_-synthese-1804.php | Tombe van de Zwarte Prins ©Wikimedia

Ludomir Combes (1824, Fumel -1892, Monflanquin) 

Ludomir Combes was apotheker van beroep, maar zijn passies waren geologie, paleontologie, mineralogie en archeologie. Hij heeft de eerste stratigrafie (bestudering van de volgorde van gesteentelagen, met als doel aardlagen te dateren en beschrijven) van de Agenais-regio opgezet, om de geschiedenis van de plaatselijke aardkorst te reconstrueren en beter te kunnen anticiperen op de mogelijke bewegingen ervan. Hij wordt beschouwd als de pionier van het prehistorisch en paleontologisch onderzoek in de Lot-et-Garonne. Aan het eind van zijn leven liet hij een collectie van 6000 paleontologische vondsten en prehistorische voorwerpen na aan de stad Agen.  

Bronnen: foto Stanislas Dombrowski, Portret van J. Ludomir Combes, 1880, inv. 193 P, © Musée des beaux-arts d'Agen, foto Alban Gilbert


Théodore Joyeux (1865, Castillonnès - 1938, Parijs)

Théodore Joyeux was kapper van beroep en opende, in 1887, een kapsalon in Castillonnès. In die tijd, toen de fiets zijn eerste kilometers maakte, begon Théodore te trainen en deel te nemen aan wedstrijden die in zijn regio werden georganiseerd. In 1895, 8 jaar voor de eerste editie van de Tour de France, besloot hij de Grande Boucle solo te rijden. Hij vestigde records voor afgelegde afstanden over 6 en 12 uur. Een Parijs fietsmerk, Cycles Métropole, besloot hem te sponsoren: Théodore Joyeux en zijn uithoudingsvermogen werden een uitstekend promotiemiddel voor het merk! In 1896 vestigde hij een nieuw record door in 63 uur van Calais naar Marseille te rijden, waarna hij een paar maanden later de race Parijs-Amsterdam fietste. Hij beëindigde zijn sportcarrière op 40-jarige leeftijd om de kappersschaar weer ter hand te nemen. Later nam hij de leiding van een bioscoop op zich. 

Een andere wielerkampioen leeft hier vandaag de dag: Pierrick Fedrigo! Hij won 4 etappes in de Tour de France en verschillende andere kampioenschappen.

Sources :  La Dépêche du Midi en Ouest France. Foto ©Histochronum


Roger Bissière (1886, Villeréal - 1964, Boissièrette)

Een "boer die schilderde" : dat was Roger Bissière, de oudste van een generatie kunstenaars die te laat boven kwamen drijven, na de revolutionaire werken van Matisse en Picasso. Hij wordt beschouwd als een pionier van de non-figuratieve schilderkunst, genaamd de Nieuwe School van Parijs. Dit markeerde de naoorlogse periode, ondanks de expansiedrift van de Amerikaanse kunstmarkt. In 1958 maakte hij de glas-in-loodramen van de kathedraal van Metz. Hij nam deel aan talrijke tentoonstellingen, zowel collectieve als individuele, in het Grand Palais en op de Internationale Tentoonstelling van Kunsten en Technieken in Parijs. HIj ontving de Grand Prix National des Arts.

Bronnen: Mémoire de Villeréal, door Jean-Paul Epinette, uitgegeven door de gemeente van Villeréal, 2019. Foto ©By Christ-schmitt - Persoonlijk werk, CC BY-SA 4.0


Paul Duffau (1898, Villeneuve-sur-Lot - 1982, Monflanquin)

Paul Duffau maakte naam in Parijs in de jaren twintig van de 20e eeuw als modeontwerper, schilder, karikaturist en humoristisch illustrator. Tijdens de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar het zuidwesten en vestigde zich in Monflanquin, waar hij de schuur van zijn huis omtoverde in een atelier. Hij exposeerde nog tijdens de bezetting in Parijs en in 1942 zei Max Favalelli, een Franse journalist, over hem: "er is geen illustrator die charmanter is en die het chique van de Parijse vrouwen, zo soepel als lianen, wist te verbeelden". Na de oorlog bleef hij creëren in Monflanquin tot aan zijn dood in 1982.

Bronnen: René Édouard-Joseph, Dictionnaire biographique des artistes contemporains, tome 1, A-E, Art & Édition, 1930, p.433. Photo ©GEM


Louis Couffignal (1902, Monflanquin - 1966, Parijs)

In de jaren dertig raakte Louis Couffignal geïnteresseerd in het gebruik van binaire getallen in rekenmachines, en vervolgens in de cybernetica: de standaardisatie van informatiemechanismen in complexe systemen, d.w.z. de eerste computers. Hij verrichtte ook onderzoek naar de analogieën tussen de werking van het menselijk zenuwstelsel en dat van machines. Van 1938 tot 1960 leidde hij het laboratorium voor mechanische berekeningen van het Blaise Pascal-instituut. Vanaf 1942 was het doel van zijn team om de eerste Franse computer te bouwen, met steun van het Centre National de Recherche Scientifique (CNRS). Helaas heeft dit project het daglicht niet gezien, omdat het destijds onmogelijk was het probleem van het geheugen van de machine op te lossen zonder de rekenkundige intelligentie te wijzigen. Darnaast stond Louis Couffignal ook aan de wieg van de eerste Brevets de Technicien Supérieur (BTS) in Frankrijk. 

Sources : Histoire de la machine, Cahiers du CNRS. Photo ©Lycée Leygues – Couffignal


Catherine Alcover (1946, Parijs)

Catherine Alcover is de kleindochter van Pierre Alcover, een Frans acteur, en Gabrielle Colonna-Romano, een leerlinge van Sarah Bernhardt en lid van de Comédie-Française. Ze is regisseuse en actrice, studeerde aan het Conservatoire National Supérieur d'Art Dramatique en speelde in meer dan 80 films voor bioscoop en televisie. In het theater heeft zij tegenover de grootste acteurs gespeeld, waaronder Michel Serrault en Michel Galabru!  In 1988 creëerde Catherine Alcover De Dame van Bayreuth in het Petit Théâtre de Paris. Zij is ook de oprichtster van het Piquemil-theater in Monflanquin waar elke zomer voorstellingen worden georganiseerd.

Bronnen: Catherine Alcover en foto ©Agence Derrieux


Lucie Jarrige (1990, Monflanquin)

Lucie Jarrige is chemicus bij het CNRS en een Franse klimster, in de categorie AL2 gehandicapte  sport. Op 15-jarige leeftijd verloor zij door kanker definitief haar linkerbeen, maar dit weerhield haar er niet van om op wedstrijdniveau te zwemmen. Professioneel was ze geïnteresseerd in farmacie, daarna scheikunde. Zij begon met klimmen en nam deel aan haar eerste wereldkampioenschap slechts 3 jaar nadat zij deze sport had ontdekt. In 2017 kreeg ze de L'Oréal-UNESCO For Women in Science-beurs voor haar scriptiewerk. 

Sinds 2020 werkt zij aan de École Nationale Supérieure de Chimie de Rennes (ENSCR). In september 2021 won zij, voor de vierde keer, de gouden medaille op de Wereldkampioenschappen Handicapklimmen in Moskou.

Bronnen : Actualités du CNRS, foto ©Lucie Jarrige


Niet-uitputtende lijst